Het is de allerhoogste tijd dat de oude paden weer hersteld worden!

De vijand probeert de geest van onze broeders en zusters af te leiden van het werk een volk voor te bereiden dat in de laatste dagen staande zal blijven. Zijn drogredenen willen de geest van onze mensen afleiden van de gevaren en de plichten van het ogenblik. Het licht waarvoor Christus van de hemel kwam om het aan Johannes te geven, achten zij als niets. Zij leren dat de tonelen die zich vlak voor onze ogen afspelen, niet van voldoende belang zijn om daar aandacht aan te schenken. Zij maken de waarheid van hemelse oorsprong krachteloos en beroven het volk Gods van hun ervaring uit het verleden, terwijl ze daarvoor in de plaats een valse wetenschap geven. “Zo zegt de Heere: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin;” (Jeremia 6:16). Laat niemand proberen de fundamenten van ons geloof te ondermijnen – de fundamenten die aan het begin van ons werk gelegd werden door biddend onderzoek van het Woord en door openbaring. Op deze fundamenten hebben wij de laatste 50 jaren gebouwd. Mogelijk denken sommigen dat ze een nieuwe weg gevonden hebben en dat ze een sterker fundament kunnen leggen dan dat wat gelegd is. Maar dat is een grote misleiding. “Want niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is…” (1 Korinthe 3:11). In het verleden hebben velen geprobeerd een nieuw geloof op te bouwen, nieuwe beginselen ingang te doen vinden. Maar hoelang hield hun bouwsel zich staande? Het viel gauw in elkaar, want het was niet gefundeerd op de Rots.” (Uit: Schatkamer der Getuigenissen bd.3 blz.281-282; Gospel Workers p.306)

 

Het huidige Adventisme is beroofd van de ervaringen uit het verleden. Belangrijk in dat opzicht is om te weten waar en wanneer deze fundamenten aan het begin van ons werk gelegd zijn. Wij zijn namelijk gewaarschuwd dat dit zou gebeuren.

“Nadat de tijd was verstreken heeft God Zijn trouwe navolgers de kostbare principes van de tegenwoordige waarheid toevertrouwd. Deze principes werden niet aan degenen gegeven die geen aandeel in de verkondiging van de eerste en de tweede engelboodschap hadden gehad. Zij werd aan de werkers gegeven, die bij deze zaak vanaf het begin betrokken waren. Wie door deze ervaringen waren gegaan, moeten rotsvast aan deze principes vasthouden, die ons tot Zevende-dags Adventisten hebben gemaakt. Zij moeten met God samenwerken, de verklaringen samenvatten en de wet onder de volgelingen verzegelen. Degenen die erbij waren toen ons werk op het fundament van Bijbelse waarheden werd opgericht, die de wegmarkeringen kennen, die de juiste weg aangetoond hebben, moeten als werkers het meest worden gewaardeerd. Zij kunnen uit eigen ervaring spreken, wat betreft de aan hen toevertrouwde waarheden. Deze mannen moeten het niet toelaten, dat hun geloof veranderd in ongeloof; zij mogen het niet toelaten dat hun de banier van de derde engelboodschap uit de handen wordt genomen. Zij moeten tot het einde net zo’n vast vertrouwen hebben als waarmee ze begonnen zijn. De Heere heeft aangekondigd dat de geschiedenis uit het verleden zich zal herhalen, als wij met het afsluitende werk beginnen. Iedere waarheid, die Hij voor de laatste dagen heeft gegeven, moet aan de wereld worden verkondigd. Iedere zuil, die Hij heeft opgericht, moet worden versterkt. Wij kunnen nu niet het fundament verlaten, dat God heeft opgericht. Wij kunnen nu niet lid worden van een nieuwe organisatie, want dat zal een afval van de waarheid betekenen.” (Selected Messages bd.2 p.389-390)

 

Degenen die “een aandeel” hadden in de “verkondiging van de 1e en 2e engelboodschap” waren de “werkers”, die “bij deze zaak vanaf het begin betrokken waren”. Het zijn diegenen, die door deze “ervaringen” gegaan zijn, namelijk “de verkondiging van de 1e en 2e engelboodschap”, die erbij waren “toen ons werk op het fundament van Bijbelse waarheden opgericht werd”, die “de wegmarkeringen kenden, die de juiste weg aangetoond hebben”. Deze pionieren werd de “waarheid” toevertrouwd. Deze waarheden zijn de fundamentele waarheden, zij zijn het “begin” van ons “vertrouwen”, die wij “tot het einde” moeten vasthouden. Maar wij als volk begrijpen tegenwoordig de fundamentele waarheden niet meer, die in de geschiedenis met de 1e en 2e engelboodschap zijn begonnen. Nog verontrustender dan dit feit is, dat onze leiders, die wij in onze dwaasheid ons vertrouwen hebben gegeven, tegenwoordig deze principiële waarheden openlijk of verborgen hebben verworpen.
Hoewel de principiële waarheden door de leiders van de gemeente der Zevende-dags Adventisten zijn verworpen en deze ook door het merendeel van hun leden in de vergetelheid zijn geraakt, zijn zij toch zo sterk en geldig als nooit tevoren.

“Ons geloof m.b.t. de boodschap van de 1e, 2e en 3e engel waren juist. De grote wegmarkeringen, die wij gepasseerd zijn, staan onwrikbaar. Hoewel de schare van de hel ze van haar fundamenten probeert te rukken en in de gedachte triomferen, dat zij overwonnen hebben, zullen ze niet zegevieren. Deze pijlers van de waarheid staan zo vast als de eeuwige heuvel, onbewogen, ondanks alle verenigde inspanningen van de mensen, satan en zijn scharen. Wij kunnen veel leren en moeten constant in de Bijbel studeren, om te zien, of deze dingen zo zijn.” (Evangelism p.223)

 

Wij worden herhaaldelijk gewaarschuwd: Wanneer de geschiedenis van het Adventisme bekendgemaakt en bewezen wordt, dan zullen de principiële waarheden onder vuur komen te liggen.

“Deze grote wegmarkeringen der waarheid, die ons oriëntatie geven en onze positie in de profetische geschiedenis bepalen, moeten zorgvuldig worden bewaakt, zodat zij niet onderuit gehaald worden en door theorieën worden vervangen, die eerder verwarring dan echt Licht brengen. Mij werden de verkeerdste theorieën, die steeds weer naar voren worden gebracht, bekendgemaakt. De voorstanders van deze theorieën voerden verzen uit de Bijbel aan, maar deze werden misbruikt en verkeerd opgevat. De theorieën, waarvan men aannam dat ze juist waren, waren vals en toch dachten velen dat ze deze theorieën aan het volk moesten voorleggen. De profetieën van Daniël en Johannes moeten zorgvuldig worden bestudeerd.” (Selected Messages bd.2 p.102)

“Als er mannen zijn, die ook maar één steek of één pijler van het fundament, dat God door Zijn Heilige Geest vastgesteld heeft, zouden bewegen, laat dan de bejaarde mannen, die de pionieren van ons werk waren, duidelijk en verstaanbaar spreken. Laat ook de doden, door herdruk van hun artikelen en tijdschriften, spreken. Verzamel de stralen van het Goddelijke licht, die Hij gegeven heeft, toen Hij Zijn volk stap voor stap op de weg der waarheid geleidt heeft. Deze waarheid zal de toets in elke tijd en elke proef doorstaan.” (1 Manuscript Release p.760)

 

De principiële waarheden, die gedurende de 1e en de 2e engelboodschap vastgesteld zijn, erkende men als wegmarkeringen of oriëntatiepunten. Men spreekt bij deze waarheden ook over fundament of platform. Deze waarheden hebben met elkaar een directe verbinding, die het gehele platform of fundament bij elkaar houden – daarom beschrijft men deze waarheden ook als pinnen.

“Luister niet een moment naar uitleggingen en verklaringen die ook maar één pin los maken of een pijler van het platform der waarheid aan het wankelen brengen. Menselijke uitleggingen of de aanneming van verdichtsels zullen het geloof verderven, ons begrip in verwarring brengen en ons geloof in Jezus Christus te niet doen.” (1 Manuscript Release p.55)

“De waarheden, die door het ogenschijnlijke werk van God gefundeerd worden, moeten onbeweeglijk blijven staan. Niemand mag zich veroorloven ook maar één pin of steen van het fundament van het gebouw te verplaatsen. Diegenen, die proberen de pijlers van de waarheid te ondergraven, zijn onder de groep te vinden, waarvan de Bijbel zegt: “doch de geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten, en leringen der duivelen.” (1 Timotheüs 4:1)” (1 Manuscript Release p.55)

“Niet één pin mag van het fundament van ons geloof worden verplaatst. Diegenen die onzeker worden, zullen in verkeerde theorieën verwikkelt raken en zichzelf tenslotte als ongelovige terugvinden met het oog op de bewijzen, die wij in het verleden hebben gehad, en die ons hebben laten zien, wat de waarheid is. De oude wegmarkeringen moeten worden bewaard, zodat wij niet onze oriëntatie verliezen. (1 Manuscript Release p.56)

 

De oude wegmarkeringen zijn de pinnen, die niet verwijderd mogen worden. Deze wegmarkeringen of oriëntatiepunten werden in de geschiedenis op een heel bepaalde plaats en ook in een heel nauwkeurige volgorde gezet. De wegmarkeringen en de standplaats van de wegmarkeringen moeten worden bewaart, want door het gebruik van deze oorspronkelijke wegmarkeringen zal Gods volk aan de wereld “de dingen, die op hen afkomen” laten zien.

“De verkondiging van de 1e , 2e en 3e engelboodschap is door het geïnspireerde Woord vastgelegd. Geen enkele pin mag hieruit worden getrokken. Geen menselijke autoriteit heeft het recht, de (tijdelijke) vaststelling van deze boodschappen te veranderen, net zo weinig als ze het recht hebben het oude Testament i.p.v. het nieuwe te stellen. Het oude Testament is de blijde boodschap in beelden en symbolen. Het nieuwe Testament is de substantie. Het ene is net zo onontbeerlijk als het andere. Het oude Testament onderwijst ons uit de mond van Christus en dit onderwijs heeft zijn kracht niet verloren.
“De 1e en 2e engelboodschap werd in 1843 en 1844 verkondigd, en wij bevinden ons nu onder de verkondiging van de 3e. Maar alle drie boodschappen moeten zonder onderbreking verder worden verkondigd. Het is nu niet minder belangrijk als voorheen, dat ze voor diegenen herhaalt worden die naar waarheid zoeken. Met onze stem en met de pen moeten wij deze boodschappen verkondigen, hun volgorde aantonen en de uitleggingen van de voorspellingen, die ons naar de 3e engelboodschap leidden. Er kan geen 3e engelboodschap zijn zonder de 1e en de 2e. Deze boodschappen moeten wij de wereld d.m.v. publicaties en lezingen bekendmaken. Wij moeten hen aan de hand van het verloop van de voorspellingen, de gebeurtenissen aantonen die al hebben plaatsgevonden en die in de toekomst nog gaan plaatsvinden.” (Selected Messages bd.2 p.104-105)

 

Hoewel E.G.White er alle nadruk op legt dat de Adventistische fundamenten bewaart moeten blijven, zijn er maar weinigen die met zekerheid kunnen zeggen wat die fundamentele waarheden eigenlijk zijn. E.G.White heeft de fundamenten en het platform duidelijk herkent – maar wij weten daar niets van.

“De waarschuwing werd al gegeven: Niets mag toegevoegd worden, dat het fundament van het geloof ten gronde kan richten, waarop wij altijd al hebben gebouwd sinds de boodschap in de jaren 1842, 1843 en 1844 werd verkondigd. Ik was een deel van deze boodschap en altijd, sinds ik mijn stem in de wereld heb laten klinken, was ik het Licht trouw, dat de Heere ons gegeven heeft. Het is niet de bedoeling dat onze voeten van het platform verwijdert worden waarop ze zijn geplaatst, vanaf het moment dat wij dag aan dag met oprechte gebeden de Heere hebben gezocht en het Licht hebben begeert. Gelooft u echt dat ik het Licht kan opgeven dat God mij heeft gegeven? Wij staan op de Rots aller eeuwen, Die mij heeft geleidt, sinds ik het Licht ontvangen heb.” (Review and Herald, 14 april 1903)

“Toen Hij op de aarde kwam, zag Hij dat de waarheid zo erg met dwalingen was vermengt, dat Hij de tradities, de vast verankerde meningen en de afval, verwijderen moest. Hij nam de waarheid, die door de vijand werd misbruikt om de dwaalleringen te versterken, toonde het volk de dwaalleringen aan, bevrijdde hen ervan en wilde in hen de natuurlijke schoonheid van de waarheid herstellen en dan de waarheid opnieuw onder het volk oprichten. De oudste dwaalleer mag dan verontschuldigd worden, maar omdat hij al zo oud is, maakt een dwaalleer nog niet tot waarheid. Neen, daardoor wordt een dwaalleer geen waarheid. De Joden hadden hun gewoontes, die ze als traditie voedden en hielden ze door de eeuwen heen, van generatie op generatie, hoog en ze hebben ze steeds verder opgehoogd, totdat Hij tegen hen moest zeggen “Gij zijt blind” . “Dwaalt gij niet, daarom, dat gij de Schriften niet weet, noch de kracht Gods?” (Markus 12:24). Wat was de reden? Waarom leerden ze tradities i.p.v. Gods geboden? Zo zou men het niet moeten doen …” (5 Manuscript Release p.40)

“De gebruiken en tradities, die zich onder de Rabbi’s van generatie op generatie opgehoopt hebben, werden als buitengewoon belangrijk voorgesteld en daar werd meer kracht aan toegeschreven dan aan zelfs de tien geboden. Daarom werden de regels en leringen van mensen als belangrijker aangezien, dan de woorden van de levende God”. (8 Manuscript Release p.150)

“Als volk staan wij vast op het platform, dat in alle beproevingen en verzoekingen stand heeft gehouden. Wij moeten vasthouden aan de zuivere geloofszuilen. De principes van de waarheid, die God aan ons heeft geopenbaard, zijn ons enige fundament. Zij hebben ons gemaakt tot wat wij nu zijn.” (4 Manuscript Release p.60)