"Want er zullen dagen over u komen, dat uw vijanden een begraving rondom u zullen opwerpen, en zullen u omsingelen, en u van alle zijden benauwen; En zullen u tot den grond nederwerpen, en uw kinderen in u; en zij zullen in u den enen steen op den anderen steen niet laten; daarom dat gij den tijd uwer bezoeking niet bekend hebt." (Lukas 19:43-44)

Voorwaar zeg Ik u: Al deze dingen zullen komen over dit geslacht. Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn! hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens bijeenvergadert onder de vleugels; en gijlieden hebt niet gewild. (Mattheus 23:36-37)

Uit: Getuigenissen voor de Gemeente deel 5, blz. 592-593

 

"De joden keken uit naar de Messias, maar Hij kwam niet zoals zij dat hadden voorspeld, en als Hij was aangenomen als de Beloofde Messias, zouden hun geleerde leraren gedwongen zijn geweest te erkennen dat zij zich vergist hadden. Deze leiders hadden zich van God afgescheiden, en Satan werkte op hen in, om hen ertoe te brengen de Verlosser te verwerpen. Zij sloten liever hun ogen voor alle bewijzen dat Hij de Messias was, dan dat zij hun trotse opvattingen loslieten; niet alleen verwierpen zij zelf de boodschap van de verlossing, maar ook verhardden zij de harten van de mensen tegen Jezus. Hun geschiedenis moet voor ons een ernstige waarschuwing zijn. Wij hoeven nooit te verwachten dat, wanneer de Heer licht heeft voor Zijn volk, Satan rustig blijft toezien zonder enige moeite te doen om te voorkomen dat zij het zullen ontvangen. Hij zal het verstand bewerken om wantrouwen, jaloezie en ongeloof op te wekken. Laten wij oppassen dat wij geen licht weigeren dat God ons zendt, omdat het ons niet aanstaat. Laten Gods zegeningen ons niet worden ontnomen, omdat wij de tijd van onze bezoeking niet hebben opgemerkt. Als er mensen zijn die zelf het licht niet zien of willen aannemen, laten zij anderen dan niet in de weg staan. Laat van dit zo bevoorrechte volk, niet gezegd worden, zoals van de joden, toen het goede nieuws van het Koninkrijk hun gepredikt werd: "Zelf zijt gij niet binnengegaan en hen, die trachtten binnen te gaan, hebt gij tegengehouden."

"In Gods woord wordt ons geleerd dat het nu meer dan ooit, de tijd is, waarin wij kunnen uitzien naar licht uit de hemel. Het is nu dat wij een verfrissing van het aangezicht van de Heer kunnen verwachten. Wij moeten uitzien naar de voorzienigheden van God, zoals het leger van Israël uitzag naar "een geluid van schreden in de toppen van de balsemstruiken"; het afgesproken signaal, dat de hemel zich voor hen zou inzetten."

"God kan Zijn naam niet verheerlijken door Zijn volk, als zij op een mens vertrouwen en vlees tot hun arm stellen. Hun huidige toestand van zwakte zal voortduren tot alleen Christus verhoogd zal worden; tot zij met Johannes de Doper met een nederig en eerbiedig hart zullen zeggen: "Hij moet wassen, ik moet minder worden." Mij zijn woorden gegeven om tot het volk van God te spreken: 'Verhoog Hem, de Man van Golgotha. Laat de menselijke natuur een stap terug doen, zodat iedereen Hem kan zien, in Wie hun hoop op het eeuwige leven is gevestigd. De profeet Jesaja zegt: "Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouders en men noemt Hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vrede-vorst." Laten de gemeente en de wereld op hun Verlosser zien. Laat iedere stem met Johannes uitroepen: "Zie, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt."

---------------------------------------

Uit: Getuigenissen voor de Gemeente deel 9, blz. 97

 "Met het verloop van de tijd wordt het meer en meer duidelijk, dat de oordelen van God in de wereld merkbaar zijn. Door branden, overstromingen en aardbevingen waarschuwt Hij de inwoners van deze aarde, dat Zijn komst nabij is. De tijd nadert dat de grote crisis in de geschiedenis van de wereld gekomen is, branden, overstromingen en aardbevingen, met oorlog en bloedvergieten."

"O, dat de mensen de tijd hunner bezoeking kenden. Er zijn er velen die de toetsende waarheid voor deze tijd nog niet hebben gehoord. Velen zijn er, met wie de Geest van God twist. De tijd van Gods verwoestende oordelen is de tijd van barmhartigheid meer hun, die geen gelegenheid hadden om te leren wat waarheid is. De Here zal met tederheid op hen neerzien. Zijn medelijdend hart is bewogen; Zijn hand is nog uitgestrekt om te behouden, terwijl de deur gesloten is voor hen, die niet wilden ingaan."