Uit: Getuigenissen voor de Gemeente, Volume 5, BLZ. 569-579

DE MYSTERIËN VAN DE BIJBEL EEN BEWIJS VAN HAAR INSPIRATIE.

"KUNT GIJ de geheimen Gods doorgronden, de Almachtige doorgronden ten einde toe? Zij zijn hoog als de hemel; wat kunt gij doen, dieper dan het dodenrijk; wat kunt gij weten?" "Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn wegen, luidt het woord des HEREN. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten hoger dan uw gedachten." "Ik immers ben God, en er is geen ander God, en niemand is mij gelijk; Ik, die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is."
Het is voor het beperkte verstand onmogelijk om volledig het karakter of de daden van de Allerhoogste te begrijpen. Voor het grootste intellect, voor de meest krachtige en best geschoolde geest moet dat heilig Wezen altijd in mysteriën gehuld blijven. ...

Het gebeurt soms dat mensen met intellectuele capaciteiten, die vanuit hun studie en cultuur veel kennis hebben opgedaan, niet in staat zijn bepaalde passages uit de Schrift te begrijpen, terwijl anderen die ongeschoold zijn, en van wie het bevattingsvermogen gering lijkt te zijn, wèl de betekenis ervan begrijpen, en kracht en troost putten uit datgene wat de eerder genoemden te mysterieus vinden of waaraan zij voorbij gaan als iets onbelangrijks. Hoe komt dit? Mij is uitgelegd dat de laatstgenoemde groep mensen niet vertrouwt op eigen inzicht. Deze mensen gaan tot de Bron van het licht, tot Hem die de Schriften geïnspireerd heeft, en met een nederig hart vragen zij God om wijsheid, en ontvangen die. Er zijn mijnen vol waarheden die wachten om ontdekt te worden door degene die oprecht zoekt. Christus stelde de waarheid voor als een schat verborgen in een akker. Deze ligt niet aan het oppervlak; wij moeten ernaar graven. Ons succes in het vinden ervan hangt echter niet zozeer af van onze intellectuele capaciteiten, als wel van onze nederigheid van hart en het geloof dat aanspraak maakt op goddelijke hulp. ...

Petrus spoort zijn geloofsgenoten aan: "Wast op in de genade en in de kennis van onze Here en Heiland, Jezus Christus." Wanneer het volk van God in genade toeneemt, zal het een steeds helderder inzicht krijgen in Zijn woord. In zijn heilige waarheden zullen zij nieuw licht en schoonheid zien. Door alle eeuwen heen is dit in de geschiedenis van de kerk het geval geweest, en dit zal zo doorgaan tot het einde. Omdat waarachtig geestelijk leven echter al snel de neiging heeft om af te takelen, heeft altijd de neiging bestaan om te stoppen met de groei in het kennen van de waarheid. Mensen zijn tevreden met het licht dat zij reeds ontvangen hebben uit Gods woord, en ontmoedigen een verder onderzoek van de Schriften. Zij worden behoudend en proberen discussie te vermijden.

Het feit dat er bij Gods volk geen conflicten of onrust voorkomen, moet niet worden gezien als overtuigend bewijs dat zij vasthouden aan de gezonde leer. Er is reden om te vrezen dat zij niet zo'n scherp onderscheid maken tussen waarheid en dwaling. Wanneer geen nieuwe vragen naar boven komen tijdens het onderzoeken van de Schriften, wanneer er geen meningsverschillen ontstaan, wat mensen aanzet de Bijbel voor zichzelf te gaan onderzoeken, om zich ervan te vergewissen dat zij de waarheid hebben, zullen er ook nu velen zijn, die evenals in oude tijden vasthouden aan traditie en aanbidden wat zij niet kennen.

Mij is getoond dat velen die voorgeven kennis te hebben van de huidige waarheid, niet weten wat zij geloven. Zij begrijpen de bewijzen voor hun geloof niet. Zij hebben geen juiste waardering voor het werk in deze tijd.

Wanneer de tijd van de beproeving komt, zullen er mensen zijn, die nu tot anderen prediken, maar dan tot de ontdekking komen, nadat zij hun eigen standpunt bestudeerd hebben, dat er veel dingen zijn waarvoor zij geen bevredigende verklaring kunnen geven. Totdat zij op deze wijze beproefd zijn, hebben zij geen besef van hun grote onwe-tendheid. Zo zijn er velen in de gemeente die het als vanzelfsprekend aannemen dat zij begrijpen wat zij geloven, maar zij zijn zich niet bewust van hun zwakheid, tot er moeilijkheden komen. Wanneer zij gescheiden worden van mensen met hetzelfde geloof en zij noodgedwongen op zichzelf zijn aangewezen om verantwoording over hun geloof af te leggen, zullen zij verbaasd zijn te ontdekken hoe verward hun opvattin-gen zijn over hetgeen zij als waarheid hadden aangenomen. Het is een feit dat er in onze kringen sprake is van een afval van de levende God en een zich wenden tot sterfelijke mensen. Menselijke wijsheid gaat steeds meer de plaats innemen van goddelijke wijsheid.

God zal Zijn volk wakker schudden; als andere middelen falen, zullen ketterijen binnenkomen, die hen zullen ziften en het kaf van het koren zullen scheiden. De Heer roept al degenen op die Zijn woord geloven, om uit hun slaap te ontwaken. Er is kostbaar licht gekomen, dat toepasselijk is voor deze tijd. Het is de bijbelse waarheid die ons de gevaren toont die vlak voor ons liggen. Dit licht zou ons moeten aanzetten tot ijverige studie van de Schriften, en tot een uiterst kritisch onderzoek van de geloofspunten die wij voorstaan. God wil dat alle fundamentele waarheidspunten grondig en volhardend onder gebed en vasten onderzocht worden. Gelovigen mogen niet tevreden zijn met veronderstellingen en vaag omschreven gedachten van wat de waarheid is. Hun geloof moet vast gefundeerd zijn op het woord van God, zodat, wanneer de tijd van beproeving komt en zij voor raadsvergaderingen komen te staan om hun geloof toe te lichten, zij in staat zullen zijn op zachtmoedige wijze en met vreze reden te geven voor de hoop die in hen is.

Ageer, Ageer, Ageer. De onderwerpen die wij de wereld voorhouden moeten voor ons een levende realiteit zijn. Het is belangrijk dat wij bij het verdedigen van leerstellingen die wij beschouwen als fundamentele bestanddelen van het geloof, geen argumenten gebruiken die niet helemaal kloppen. Deze kunnen weliswaar tot gevolg hebben dat een tegenstander zich verder stil houdt, maar ze dienen de waarheid niet. Wij moeten gezonde argumenten hanteren, die onze tegenstanders niet alleen tot zwijgen brengen, maar een gedegen en nauwkeurig onderzoek, kunnen doorstaan. Voor degenen die zich erop hebben toegelegd discussies aan te gaan, bestaat groot gevaar dat zij het woord van God geen recht doen. Als wij met iemand in discussie gaan, moet het ons diepste verlangen zijn de verschillende onderwerpen op zo'n manier over te brengen, dat het een overtuiging in de ander wakker maakt, in plaats van alleen maar vertrouwen te wekken in de gelovige.

Hoe geletterd iemand ook kan zijn, laat hem geen moment denken dat het niet meer nodig zou zijn om voortdurend in de Bijbel te zoeken naar meer licht. Als gemeente worden wij ieder afzonderlijk geroepen om de profetieën te bestuderen. Wij moeten ernstig waken opdat wij ieder straaltje licht dat God ons zal geven ontdekken. Wij moeten het eerste schijnsel van de waarheid opvan-gen, en door studie en onder gebed kan een helderder licht verkregen worden, dat kan worden doorgegeven aan anderen. Wanneer Gods volk stil zit en tevreden is met het licht dat het nu heeft, kunnen wij er zeker van zijn dat Hij hen niet zal zegenen. Het is Zijn wil dat zij verder gaan in het ontvangen van het steeds toenemende licht dat voor hen schijnt. De huidige houding van de gemeente is God niet welgevallig. Er is een zelfgenoegzaamheid binnengekomen die ertoe heeft geleid dat zij de noodzaak niet inzien van meer waarheid en groter licht. Wij leven in een tijd waarin Satan van alle zijden om ons heen aan het werk is, en toch slapen wij als gemeente. God wil dat er een stem wordt gehoord die Zijn volk aanzet tot actie. ...

Als wij de Geest van Christus hebben, en medewerkers met Hem zijn, is het aan ons het werk voort te zetten dat Hij kwam doen. De waarheden van de Bijbel zijn opnieuw verduisterd geraakt door gebruiken, traditie en valse leer. De onjuiste leerstellingen van de populaire theologie hebben duizenden en duizenden tot critici en ongelovigen gemaakt. Er zijn dwalingen en inconsequenties die velen als leringen van de Bijbel hebben aanvaard, terwijl het in werkelijkheid verkeerde interpretaties van de Schriften zijn, ontstaan tijdens de eeuwen van pauselijke duisternis. Massa's mensen zijn ertoe gebracht een verkeerde voorstelling van God te hebben, zoals ook de joden - misleid door de dwalingen en tradities van hun tijd - een valse voorstelling van Christus hadden. "Indien zij van haar geweten hadden, zouden zij de Here der heerlijkheid niet gekruisigd hebben." Het is aan ons om de wereld het ware karakter van God te laten zien. In plaats van kritiek te uiten op de Bijbel, moeten wij trachten door woord en daad de wereld zijn heilige, levengevende waarheden te laten zien, "om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht." Het kwaad dat geleidelijk bij ons is binnengeslopen, heeft onmerkbaar mensen en kerken afgebracht van de eerbied voor God, en de kracht buiten-gesloten die Hij hen verlangt te geven. Mijn broeders, laat het woord van God onaangeroerd. Laat geen menselijke wijsheid beweren de kracht van ook maar één passage uit de Schriften af te zwakken. De ernstige waarschuwing van het boek Openbaring zou ons moeten waarschuwen tegen een dergelijke houding. In de naam van de Meester smeek ik u: "Doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats, waarop gij staat, is heilige grond."

Uit: Getuigenissen voor de Gemeente, Volume 5, BLZ. 569-579